Het Nederlandse beleid voor buitenlandse studenten is succesvol. Door de vele Engelstalige opleidingen en de korte procedure voor verblijfsvergunningen komen veel studenten voor een studie naar Nederland. Bij het toelaten van studenten werken overheid, onderwijsinstellingen en andere partijen nauw samen.

Snelle verblijfsvergunning

Nederland heeft een korte en eenvoudige procedure voor het aanvragen van een verblijfsvergunning voor buitenlandse studenten. Sinds 2013 vraagt de onderwijsinstelling als erkend referent zelf de verblijfsvergunningen aan, waarmee het proces van de aanvraag is bekort tot tien werkdagen. Nederland heeft hiermee een van de kortste doorlooptijden voor verblijfsvergunningen voor studenten, in de meeste lidstaten van de Europese Unie (EU) is dit aanzienlijk langer. Voorheen moesten internationale studenten zelf een verblijfsvergunning aanvragen. Voorwaarde voor een verblijfsvergunning is onder meer dat een student voldoet aan alle criteria van de opleiding.

Erkend referentschap

Het werken met het erkend referentschap is officieel ingevoerd met de Wet Modern Migratiebeleid 2013. Elke hoger onderwijsinstelling die internationale studenten aanneemt, moet het erkend referentschap aanvragen bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).

Engelstalige opleidingen

Nederland heeft steeds meer Engelstalige opleidingen en trekt daarmee buitenlandse studenten. Bijna een kwart (23 procent) van alle universitaire bacheloropleidingen en een kleine driekwart (74 procent) van alle universitaire masteropleidingen zijn (ook) Engelstalig. Op hogescholen is 5 procent van de bacheloropleidingen en 23 procent van de masteropleidingen Engelstalig. Instellingen richten ook steeds meer Engelstalige afdelingen gericht op internationale studenten op. Sommige andere lidstaten van de Europese Unie (EU) geven aan dat ze nog onvoldoende Engelstalige masteropleidingen kunnen bieden.  

‘Verengelsing’ hoger onderwijs ter discussie

Volgens critici komen Engelstalige opleidingen de onderwijskwaliteit niet ten goede. Engelstalig onderwijs zou bijdragen aan de achteruitgang van de Nederlandse taal. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gaf in juni 2018 in haar visiebrief aan dat onderwijsinstellingen zorgvuldiger moeten afwegen of een opleiding in het Engels gegeven zou moeten worden.

Promotie Nederlands hoger onderwijs in landen buiten Europa

Vooral met de campagne 'Study in Holland' promoot Nederland het Nederlandse hoger onderwijs in landen van buiten de Europese Economische Ruimte (EER). Voor de campagne zijn promotiekantoren opgezet in Brazilië, China, India, Indonesië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika, Korea, Turkije en Vietnam. Deze Netherlands Education Support Offices (Neso’s) worden beheerd door Nuffic, Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, en gefinancierd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OCW).

Ook hoger onderwijsinstellingen geven voorlichting over het Nederlandse onderwijs aan studenten in het buitenland, zo geven de Vereniging van Hogescholen en de Vereniging van Universiteiten aan. Ze werken daarvoor onder meer samen met de Neso's en presenteren zich steeds meer op buitenlandse onderwijsbeurzen.

Welkomstfeest voor buitenlandse studenten op de Rijksuniversiteit Groningen (RU). | Foto: Gerhard Taatgen | RU, 2018.

Gedragscode Internationale Student Hoger Onderwijs

De Gedragscode Internationale Student Hoger Onderwijs is in 2006 ingevoerd (herziene versie 2007). In de gedragscode staan afspraken over de omgang van hoger onderwijsinstellingen met internationale studenten, die door alle erkende referenten zijn ondertekend. Zo is er een minimumeis voor het beheersen van Engels, waaraan alle internationale studenten moeten voldoen. Ook moeten internationale studenten een minimale studievoortgang van 50 procent per jaar boeken.  

Beurzen voor talenten van buiten de EER

Talenten van buiten de EER kunnen een beurs krijgen van de Nederlandse overheid, en van publieke en private hoger onderwijsinstellingen:

  • het nationale beurzenprogramma Holland Scholarship is voor zowel Nederlandse als internationale studenten, gefinancierd door het ministerie van OCW en 50 onderwijsinstellingen. De beurs is vooral bedoeld als stimulans voor studenten van buiten de EER om in Nederland te gaan studeren.
  • het Orange Tulip Scholarship is een beurs voor studenten uit een Neso-land (Brazilië, China, India, Indonesië, Mexico, Rusland, Zuid-Afrika, Korea, Turkije, Vietnam)
  • voor Indonesische studenten is er de beurs Studeren in Nederland (StuNeD), als onderdeel van de bilaterale samenwerking tussen de Nederlandse en Indonesische overheid. Jaarlijks krijgen ruim 200 Indonesische studenten de beurs voor een masterprogramma of een short course (twee tot twaalf weken). Het maximumbedrag is € 15.000 per jaar.

Betere samenwerking tussen Nederlandse partijen

De samenwerking tussen de overheid en onderwijsinstellingen is de laatste jaren sterk verbeterd. Een goed voorbeeld is het Mobstacles-netwerk (mobility obstacles), een samenwerkingsverband tussen Nuffic, ministeries, uitvoeringsinstanties en hoger onderwijsinstellingen. Deze partijen bespreken samen ontwikkelingen en knelpunten in het toelaten van buitenlandse studenten en hun verblijf in Nederland. De ontvangst en begeleiding van internationale studenten kan hierdoor soepeler verlopen.

EU_IND logo