De Nederlandse toelatingsprocedure is korter dan in de meeste lidstaten, onder meer door het erkend referentschap. Het Nederlandse beleid voor internationale studenten komt verder op hoofdlijnen overeen met dat van andere lidstaten van de Europese Unie (EU).

Een buitenlandse student krijgt meestal binnen tien werkdagen een verblijfsvergunning voor een studie in Nederland. Daarmee heeft Nederland één van de kortste doorlooptijden voor een verblijfsvergunning voor buitenlandse studenten. Dit heeft te maken met de versnelde toelatingsprocedure door het erkend referentschap. Bulgarije en Hongarije hebben een doorlooptijd van twee tot drie weken. In negen andere lidstaten is dit ongeveer drie maanden en in vier lidstaten (Duitsland, Luxemburg, Malta, Zweden) verschilt de doorlooptijd per aanvraag of land van herkomst.

Nederlands beleid voor internationale studenten vergeleken met andere EU-lidstaten

EMN Nederland vergeleek het Nederlandse beleid voor internationale studenten met dat van andere EU-lidstaten. Deze vergelijking (benchmark) is geschreven op basis van het volledige EMN-onderzoek naar internationale studenten (syntheserapport). Het artikel op deze pagina van het onderzoeksmagazine is een samenvatting, lees de volledige benchmark en het syntheserapport op de website van EMN Nederland.

Internationale studenten beleidsprioriteit in helft lidstaten

Voor Nederland is het aantrekken en behouden van internationale studenten een beleidsprioriteit, zoals in de helft van alle EU-lidstaten. De internationalisering van het hoger onderwijs is dan ook opgenomen in het regeerakkoord voor 2017-2021. Het betekent ook dat Nederland sterk inzet op het promoten van het eigen hoger onderwijs in het buitenland. Nederland doet dit meer dan de meeste andere lidstaten, vooral door deelname aan buitenlandse onderwijsbeurzen, de 'Study in Holland'-campagne en de Netherlands Education Support Offices (Neso's).

Nederlandse overheid helpt bij zorgverzekering en woonruimte

In Nederland helpen zowel onderwijsinstellingen als de overheid buitenlandse studenten bij het regelen van praktische zaken. Van het organiseren van een zorgverzekering tot het vinden van woonruimte. Zo bekijken ministeries en onderwijsorganisaties in het 'Rode Loper-overleg' hoe ze samen administratieve obstakels in wet- en regelgeving, en andere procedures voor studenten, kunnen aanpakken. Slechts in vijf andere lidstaten (Estland, Frankrijk, Italië, Polen, Verenigd Koninkrijk) geeft de landelijke overheid ook dergelijke steun.

Lidstaten verplicht om studenten ruimte te geven werk te vinden

Alle EU-lidstaten zijn verplicht om studenten na hun studie tijd te geven voor het zoeken van werk (Richtlijn voor Studenten en Onderzoekers, EU 2016/801). De meeste lidstaten geven een student hiervoor een verblijfsvergunning van negen maanden (zeven lidstaten) of een jaar (negen lidstaten, waaronder Nederland), Duitsland als enige 1,5 jaar. In Nederland kan een student tot drie jaar na afstuderen een dergelijk zoekjaar aanvragen.

Europa stimuleert het zoeken van werk

In de meeste lidstaten (twintig, inclusief Nederland) stimuleren hoger onderwijsinstellingen samen met onder meer bedrijven de gang naar de arbeidsmarkt. Afgestudeerde buitenlandse studenten kunnen sneller werk vinden door advies en begeleiding door career centers, speciale vacaturesites (job portals), deelname aan werkbeurzen en samenwerkingsprogramma's met bedrijven.  

Welkomstceremonie internationale studenten, Rijksuniversiteit Groningen (RU). | Foto: Peter van der Sijde | RU, 2015

Voorwaarden werk afgestudeerden verschillen per lidstaat

Afgestudeerde buitenlandse studenten hebben een verblijfsvergunning nodig om in de lidstaten te kunnen verblijven en te werken. Verschillen tussen lidstaten zitten vooral in de voorwaarden waaronder de studenten ook daadwerkelijk aan de slag kunnen:

  • in Nederland geldt voor internationale studenten een verlaagd looncriterium voor de verblijfsvergunning voor kennismigranten, zodat het meer overeenkomt met het loon voor bijvoorbeeld starters op de arbeidsmarkt. Dit betekent dat ze sneller aan de voorwaarden voor de vergunning voldoen. In sommige andere lidstaten waar een looncriterium geldt, zijn internationale studenten helemaal vrijgesteld van het looncriterium.
  • sommige lidstaten maken  gebruik  van de arbeidsmarkttoets. Dat houdt in dat bij vacatures voorrang wordt gegeven aan werkzoekenden uit eigen land en andere EU-lidstaten. In twaalf lidstaten zijn internationale studenten vrijgesteld van deze toets.
  • in sommige lidstaten zijn afgestudeerden vrijgesteld van de eis om een werkvergunning te hebben. In Nederland is geen aparte vrijstelling nodig, omdat een arbeidsmarkttoets en een werkvergunning geen vereisten zijn bij de kennismigrantenregeling.

Verblijfsvergunning

Om in Nederland te kunnen werken hebben afgestudeerde internationale studenten een verblijfsvergunning nodig. Ze kunnen deze onder meer krijgen via de kennismigrantenregeling of een verblijfsvergunning 'arbeid in loondienst'.

Uitdagingen aantrekken en behouden internationale studenten

In sommige lidstaten, waaronder Nederland, zorgt de groei van het aantal internationale studenten voor de nodige uitdagingen:

  • het organiseren van voldoende en betaalbare huisvesting.

    In Nederland en Duitsland is vooral sprake van kamernood onder (internationale) studenten. Zes andere lidstaten hebben vooral te maken met een tekort aan betaalbare woningen.

  • het verbeteren van het taalniveau van de studenten in de landstaal voor het vinden van werk (negen lidstaten), om zo beter studenten te kunnen behouden voor de arbeidsmarkt

Nederlandse uitdagingen zijn daarnaast onder meer het vinden van voldoende extra onderwijspersoneel om de groei van het aantal internationale studenten op te vangen.

EU_IND logo